Ik dat ik een boom ben.
De stam is wat aangeboren is en wat ik altijd ben geweest
De bladeren zijn mensen situaties en plekken om me heen.
In de herfst gaat een boom voor zichzelf zorgen
Hij geeft zijn blaadjes minder voeding
Omdat hij deze voeding zelf nodig heeft om te overleven
In de winter laat hij ze zelfs helemaal gaan.
Er zijn winters geweest dat ik ze niet los durfde te laten
Er zijn zomers geweest waarin ik plotseling een kale tak
had.
Blaadjes die me verlieten terwijl ik ze graag wou laten
bloeien
Toen ik inzag dat ik een boom was heb ik me iets
gerealiseerd
In de herfst moet ik mijzelf de ruimte geven om dingen
achter me te laten
In de winter zal ik mijzelf gelukkig maken
Zodat als de lente komt er ruimte is voor nieuwen dingen
En ik in de zomer kan bloeien
Ik denk dat ik een boom ben
Ik denk dat het lente is