vrijdag 26 december 2014

Alles of niets

Tussen mijn vingers klemt een sigaret
Ik hou hem voor mijn hoofd en kijk hoe hij langzaam opbrandt.
Af en toe neem ik een trekje om hem brandend te houden.
Dan kijk ik om me heen.
Daarna houd ik de sigaret weer voor mijn hoofd.

Ik breng de hijs naar mijn mond en zie het water.
Eendjes veroorzaken kleine golfjes
Mama eend en papa eend hebben ruzie.
Baby eendjes drijven door gefladder weg.
Ze lijken te worden ontvoerd door het water.

Het gekwakel is zo irritant als het gekwakkel van het weer.
Motregen op mijn wang.
De hijs is voorbij.
Ik kijk naar de sigaret.
Motregen laat hem zachter branden.

Ze kijkt naar eenden.
Lacht en zucht tegelijkertijd.
Ik sta boven aan de Gracht.
Kijk naar haar.
Daar zit ze altijd als de wereld sneller gaat.
Opgezogen door haar Lucky Strike.
Zij zou hem moeten opzuigen, niet andersom.

Voor we hier kwamen zaten we op haar lelijke rode bank.
We hadden het over niets.
Niet over niets.
Maar hoe het raar is dat er niets kan zijn.
Ik ben niet bang voor niets
Niets boeit me niets
Ben je niet bang dat iets niets wordt?
Vroeg ze.
Ik zei van niet.
Nu ik naar haar kijk,
gefascineerd door d’r sigaret,
Twijfel ik.
Ze kijkt op en neemt een hijs.

Ik neem een hijs, het  prikkelt mijn longen.
Mijn ogen verhuizen naar de straat.
Het winkelende publiek praat over Primark en H&M.
Fietsers racen, zoeven, tringen.

We zaten in mijn huiskamer.
Mijn oma's oude bank, nu mijn bank, prikte in mijn kont.
We hadden het over alles.
Hoe niets niet bestaat.
Jij vroeg me:
"Kan iets alles zijn?".
Dat wist ik niet.
Ik denk van wel.

De hijs is voorbij.
De sigaret weer voor mijn hoofd.
De rook vindt via mijn neus mijn longen.
Het papier wordt langzaam opgegeten.
Het kan niet vluchten.

Ze scant de krioelende drukte.
Mensen met plastic tassen.
Jongens op vouwfietsen.
Als ze bijna bij mij is stopt ze met kijken.
Ziet me net niet staan.

Tussen haar muren vol foto's
Meubels, erfstukken van oudtantes en lievelingsoma's.
Zag ik dat je niet meer kon lachen als vroeger.
De glans was een niets.
"Je bent mooi in je chaos en lelijk in je zorgen, zo lelijk als je bank."
Dat heb ik gezegd.
Voor je weg liep.
Deur achter je dicht.
De motregen in.

Ik ben mooi in mijn chaos.
Lelijk in mijn zorgen.
Zo lelijk als mijn bank.
Hoe lelijk is de bank van de eenden?
Van de Primark kopers?
Van deze sigaret?
Hoe lelijk is jouw bank?
Boos slurp ik een hijs op.

Ze kijkt bedenkelijk.
Fronst haar wenkbrauw.
Neemt een hijs.
Kijkt op.
Ziet mij.

Je staat aan de rand van de straat.
Sprietenbenen in een kapotte spijkerbroek.
Lange armen die dansen om beter uit te leggen.
Ogen die weg dwalen naar de horizon als ze beter willen snappen.
Niks van dat is in beweging, alles is stil.
Zijn ogen drijven niet, ze vinden.
Vinden mij.

Ze ziet mij staan.
Ik voel mij een hert in het jachtseizoen.
Hou me dood.
Voel hoe het bloed sneller stroomt.
Hartkloppingen.
Mijn binnenste rent mijn buitenste stokt
Zie niets anders dan ogen als jachtgeweer.
Haar vingers op de trekker.
De langzame beweging
Alsof ze, kom hier wenkt met haar vinger,
kan ze het geweer overhalen
Kan ze mij overhalen.

Hij kijkt
zuigt me op
Als een sigaret
We kunnen niet weg kijken.
Haar bewegingen stoppen.
Voetjes die rondjes draaien in de lucht.
Vingers die ongeduldig kunnen tikken.
Ogen die dansen in hun kassen om alles te kunnen zien.
Niets van dat is in beweging.
Ik verstijf.
Mijn adem stokt.
Voel hoe het bloed door mijn lichaam stroomt.
Hartkloppingen.

Nu ben ik de jager.
Zij het hert.
Het is alsof haar ogen uitdagend fluisteren.
schiet mij
Breek mijn huid
Doorboor mijn organen
Maak een gat
Waardoor de rook
Uit mijn longen kan ontsnappen
Samen met mijn lucht.
Samen met mijn leven.
Ik hou mijn adem in om beter te kunnen richten.

Ik geniet van het niets
Hoe jij mij doorboort met je blik
Mijn rechter mondhoek die omhoog trekt

Ik geniet van alles
Hoe zij niet meer vlucht
Ik haar lach herontdek
Tot een schrikreactie door haar lichaam vloeit.

Mijn handen.
Het brandt.
De sigaret sterft tussen mijn vingers.

Ze brandt zich aan haar Lucky Strike.
Beweging golft.
Het hert is gaan rennen
Dit is het laatste moment
Waarop ik de kogel door de lucht
Naar je toe kan laten zweven
Ronddraaiend en gericht
Ik wil niet schieten.
Ik wil het hert zijn

Ik kijk op,

je bent weg.