Je bespreek met je honden het liefdes leven van je dochters
Hun schuine koppen en overbeet geven alles wat in het leven ontbreekt
Die van je honden dan, niet je dochters.
Je dochters
Zijn op kamers,
In kamers, zolder kamers
Met liefdes voor een nacht
Zij luisteren naar platen
en biechten op dat ze die niet sorteren
De platen dan, niet de mannen.
De mannen ook niet trouwens
Ze vragen
Waarom zou je ook
De mannen dan, niet je dochters
Maar je kan het beamen
Waarom zou je ook?
Dat vinden ze ook
Je dochters dan, niet je honden
Waarom zouden ze ook?
Hun schuine koppen en overbeet geven alles wat in het leven ontbreekt
Die van je honden dan, niet je dochters.
Je dochters
Zijn op kamers,
In kamers, zolder kamers
Met liefdes voor een nacht
Zij luisteren naar platen
en biechten op dat ze die niet sorteren
De platen dan, niet de mannen.
De mannen ook niet trouwens
Ze vragen
Waarom zou je ook
De mannen dan, niet je dochters
Maar je kan het beamen
Waarom zou je ook?
Dat vinden ze ook
Je dochters dan, niet je honden
Waarom zouden ze ook?